Bijzondere leerlingen

Elk kind heeft recht op zijn eigen ontwikkeling in zijn eigen tempo. Wanneer sprake is van een afwijkende ontwikkeling spreken we van opvallende kinderen. Dat kan zijn omdat een kind veel langzamer of juist veel sneller leert dan gemiddeld; ook kan één bepaalde vaardigheid achterblijven.Wanneer er sprake is van hoogbegaafdheid zorgen we voor extra materiaal om het kind verder te stimuleren. In de ‘orthotheek’ hebben we daar inmiddels behoorlijk wat materiaal voor. Ook het werken met computerprogramma’s kan voor deze kinderen een uitdaging zijn. Belangrijk bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen is echter ook het stimuleren van de sociale ontwikkeling. Voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen hebben we een stappenplan geschreven. Dit stappenplan is in te zien bij de directie. 

Een kind kan ook opvallend veel moeite hebben met samenspelen of in het omgaan met tegenslag of kritiek. Voor al deze situaties hebben we een aantal afspraken gemaakt binnen het samenwerkingsverband Weer Samen Naar school. De stappen staan hieronder globaal beschreven.

Procedure

De eerste stap is altijd dat de leerkracht de ouders vertelt dat het kind aangemeld wordt voor extra leerling-zorg.De leerkracht bespreekt dit kind in het overleg met de intern begeleidster om te kijken wat er aan gedaan kan worden. Mogelijk besluiten leerkracht en intern begeleidster eerst het kind te observeren; deze observatie wordt gedaan door de intern begeleidster. Vaak doet deze ook een onderzoek naar de leerontwikkeling. De uitkomst van observatie en onderzoek wordt gebruikt als leidraad voor een handelingsplan. Ouders wordt altijd gevraagd het handelingsplan voor gezien te tekenen. Na zes tot acht weken bekijken we of het handelingsplan het gewenste resultaat heeft gehad. Als dat niet zo is, kunnen we eventueel een nadere bespreking laten volgen met de leerkracht, iemand van de schoolbegeleidingsdienst ABC, de GGD arts en iemand van het schoolmaatschappelijk werk   (en incidenteel de leerplichtambtenaar). Het doel van deze bespreking is het probleem van het kind beter in kaart te brengen. Ook kunnen we advies vragen aan, of overleggen met de ambulant begeleider van het VIA. Ook kan die begeleider eventueel een observatie doen, na overleg met de ouders onderzoek laten doen door de schoolbegeleidingsdienst of door iemand van het speciaal basisonderwijs (logopedist, psycholoog).Dit onderzoek kan leiden tot verdere aanpassing van het onderwijs, maar ook het advies opleveren het kind, al dan niet tijdelijk, op een speciale school te plaatsen. Soms volgt een verwijzing naar de jeugdhulpverlening.

Voorzieningen

In de 6e Montessorischool Anne Frank hebben we voor vier dagen per week een intern begeleidster zonder lesgevende taken. De intern begeleidster heeft als taak leerkrachten te begeleiden in het omgaan met opvallende kinderen. De intern begeleidster speelt ook een belangrijke rol in het begeleiden van deze kinderen. De intern begeleidster stelt samen met de leerkrachten de handelingsplannen op. Ook een aantal leerkrachten met RT (remedial teaching)  ervaring of RT diploma’s is vrijgesteld van lesgevende taken om met individuele kinderen of met kleine groepjes te werken, hetzij om ze te helpen met leerproblemen, hetzij om ze te helpen met werkhoudingproblemen. Het werken met de aparte groepjes vindt plaats in de klas, in de RT ruimtes op zolder of op de gang.

Weer samen naar school en passend onderwijs

De school doet actief mee aan het project Weer Samen Naar School (WSNS) en passend onderwijs. De bedoeling van deze projecten is om zoveel mogelijk kinderen verantwoord op te vangen in het gewone basisonderwijs. Sommige kinderen die we vroeger zouden hebben doorverwezen, kunnen we inmiddels zelf opvangen. Deels met de financiën van WSNS hebben de intern begeleidster en de leerkrachten met remediërende taken geleerd kinderen te begeleiden die leer- of opvoedingsproblemen hebben. Ook is er in het kader van het WSNS-project overleg, tussen de intern begeleiders van de andere basisscholen in het samenwerkingsverband Zuid. Soms laten we kinderen met leesproblemen begeleiden in het lees en spelling centrum van het samenwerkingsverband.

Day a week school en ontmoetingsatelier

Zoals op alle scholen van de bestuurscommissie wordt ook op onze school hard gewerkt om zoveel mogelijk in te spelen op de verschillende mogelijkheden van kinderen. Steeds beter lukt het om kinderen die extra aandacht nodig hebben, die ook inderdaad te geven. Veel aandacht wordt gericht op die kinderen die moeite hebben met leerstof. De groepsleerkrachten bieden indien nodig aan de hand van  individuele- of groepshandelingsplannen aangepaste oefenstof aan of volgen met de betreffende kinderen een aparte leerlijn. Voor jonge kinderen die op sociaal–emotioneel gebied extra aandacht behoeven en daardoor gedragsmatig opvallen, wordt sinds vorig schooljaar per school een groepje geformeerd, het ontmoetingsatelier. Dit groepje wordt gedurende een bepaalde periode begeleid door Paula Gilles. Zij werkt met de kinderen en rapporteert en adviseert de groepsleerkrachten over de wijze waarop de begeleiding in de klas voortgezet kan worden.Op onze school zitten echter ook kinderen die buiten de reguliere leerstof om behoefte hebben aan extra uitdaging. We hebben voor die kinderen gekozen voor de opzet van een gezamenlijke project de Day a week school. Deze voorziening is voor de leerlingen, die op grond van hun prestaties en capaciteiten extra uitdaging nodig hebben en is gehuisvest op twee van de scholen van de bestuurscommissie.De kinderen, afkomstig van de verschillende scholen, komen eenmaal per week bijeen en werken onder begeleiding van speciaal daartoe opgeleide leerkrachten met strategiespellen, een stukje uit de krant, een raadsel of aan een probleem waar gezamenlijk over gepraat en gedacht wordt. Er wordt ook gewerkt aan de verschillende denkstrategieën, aan een project  en aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. De leerlingen krijgen van de Day a week school werk mee voor in de klas en voor thuis.Vanzelfsprekend worden ouders van de kinderen die op grond van testresultaten in aanmerking komen voor deze groepjes vooraf door de school geïnformeerd.

Plaatsing en verwijzing van opvallende kinderen naar een andere vorm van onderwijs

Wanneer leerkracht, ouders en intern begeleidster uiteindelijk tot de conclusie komen dat het op onze school niet lukt om het kind voldoende te begeleiden, komt het moment van verwijzing.We kunnen verwijzen naar een reguliere klassikale school als blijkt dat het kind een andere structuur nodig heeft dan wij het kunnen bieden. Soms is ook een nieuwe, blanco start wenselijk.We kunnen het kind ook verwijzen naar een speciale school voor basisonderwijs. Of naar speciaal onderwijs. Argumenten voor die verwijzing kunnen zijn: de kleinere groepen, een aangepast leerprogramma, veel meer structuur en de aanwezigheid van leerkrachten en andere deskundigen (zoals logopedisten en ergotherapeuten) die speciaal opgeleid zijn voor het begeleiden van kinderen met een opvallende ontwikkeling.Voordat het komt tot een verwijzing naar een speciale school voor basisonderwijs, moeten wij advies vragen aan het VIA . De ouders tekenen het aanvraagformulier voor het advies. Als het advies positief is, vragen we een beschikking aan bij de Permanente Commissie Leerling-zorg. Wanneer de commissie de beschikking afgeeft, maken de ouders de keuze voor een bepaalde speciale school voor basisonderwijs. De keuze is beperkt tot de scholen binnen het gebied waarmee wij in het samenwerkingsverband zitten.

Toelating leerlingen speciale onderwijsbehoeften 

Vanaf 2003 bestaat de mogelijkheid voor leerlingen met speciale onderwijsbehoeften om op een reguliere basisschool onderwijs te volgen. De extra middelen die voor een kind met een handicap of stoornis nodig zijn om onderwijs te volgen, gaan als het ware in een rugzakje mee als het naar de reguliere school gaat (leerling-gebonden financiering). In principe worden leerlingen met een speciale onderwijsbehoeften toegelaten, tenzij de complexiteit van de handicap niet hanteerbaar is voor onze school. Voor ons ligt de grens van toelating tot onze school daar waar de ontwikkeling van het kind zelf in het geding is  en  waar leer- en gedragsproblemen kunnen leiden tot een zodanige verstoring van de voortgang van de onderwijsleerprocessen, dat handhaving redelijkerwijs niet van een schoolteam mag worden verwacht. Iedere aanmelding wordt door ons apart beoordeeld. In een aanmeldingsgesprek laten we ons zoveel mogelijk door de ouders informeren over de mogelijkheden en vooral ook de onderwijsvraag van het kind. Ook winnen we informatie in bij de school waarvan het kind afkomstig is. Bij de beoordeling van de aanmelding wegen we zowel de belangen van het kind, de ouders en de school af. Vragen over de grootte van de groep waar het kind in zal worden geplaatst, het aantal zorgleerlingen in de groep, de mogelijkheden van extra ondersteuning en de individuele begeleiding, de omvang en aard van de ambulante begeleiding, de deskundigheid en inzet van leerkrachten, de aanwezigheid van een remedial teacher, afstand en vervoer en mogelijkheden voor technische aanpassingen van school en klaslokaal spelen een rol. Wanneer wij uiteindelijk tot de conclusie zijn gekomen dat wij voldoende antwoord kunnen bieden op de vragen van het kind en ouders, maken we duidelijke schriftelijke afspraken met de ouders. Die afspraken gaan onder meer over het onderwijs dat het kind gaat krijgen en over de doelen die de school voor het kind nastreeft. Dit gebeurt ook in overleg met de ambulante begeleider van een speciale school in de regio. De afspraken komen in een handelingsplan te staan dat met een vaste frequentie wordt geëvalueerd.

Schorsing/verwijdering 

Wanneer er sprake is van een voor de school onhoudbare situatie, waardoor de leerling niet langer te handhaven is, kan overgegaan worden tot stopzetting van de begeleiding. Dit geldt tevens wanneer de leerling zelf in een dusdanige situatie komt dat het niet verantwoord is hem/haar binnen deze basisschool te handhaven. Het stopzetten van de begeleiding geschiedt altijd in overleg met alle betrokkenen. Samen wordt gezocht naar een passende oplossing voor de betrokken leerling. Mocht er door de betrokkenen geen bevredigende oplossing gevonden kunnen worden, treedt artikel 40 van het WPO in werking: “Toelating en verwijdering van leerlingen”.

Rol van de ouders 

Vanzelfsprekend spelen in het hele traject de ouders een belangrijke rol. We houden de ouders op de hoogte van alle stappen die worden genomen rondom het verlenen van extra zorg aan hun kind, van de uitslag van het onderzoek en van het effect van de handelingsplannen. Alles wat over het kind op papier staat, is in principe openbaar. We hechten er wel aan om de dossiers toe te lichten.

Afstemming tussen ouders en school

Het plezier dat uw kind heeft gedurende de tijd die het bij ons op school verblijft, is mede afhankelijk van de goede samenwerking tussen de ouders en de leerkrachten. Bij deze goede samenwerking hoort een goede informatieoverdracht. Van ouders verwachten wij dat zij belangrijke informatie doorgeven aan de leerkracht/ school; u kunt dan denken aan simpele administratieve gegevens als een ander of geheim telefoonnummer, deze hebben we immers nodig om u te bellen wanneer uw kind zich bijvoorbeeld op school ziek voelt. Minder voor de hand liggend lijken gebeurtenissen als: spanningen in de familie of (bijwerkingen van) medicijngebruik. Van dergelijke situaties willen we op school ook op de hoogte gebracht worden omdat ze het gedrag van uw kind op school mede kunnen beïnvloeden.We gaan uit van een partnerschap tussen school en ouders. Dat betekent dat we graag vanuit ieders eigen verantwoordelijkheid overleggen met ouders.

image description

Facebook Like Box